Whiplash Informatiecentrum Europa
het aanspreekpunt voor uw whiplash- en letselschade vragen

over wetenschappelijke bewijzen denk ik vaak dit: De zwaartekracht bestaat al zolang de aarde bestaat. Toch is deze theorie pas in 1678 ontwikkeld door Newton. Dat betekent toch niet dat het zwaartekracht verschijnsel niet eerder bestond!! De wetenschappelijke methode is een mooie methode maar schiet voor een heleboel (whiplash) verschijnselen te kort.

<<< home
thomas en joyce intro pijn
intro 2
intro 3
intro 4intro 5
   
   
   
   
 
 
 


wat doet een advocaat? no cure no pay gratis second opinie
rechtsbijstand en overstappen terzake kundig advocaat/
belangenbehartiger 
verjaring bij letselschade
loonschade arbeid
ongeschikte werknemers
verzekering van de tegenpartij de schuldvraag
juridische begrippenlijst aanrijding auto en
fietser-voetganger
advocaat en tarief
Kosten bij erkenning van aansprakelijkheid: aansprakelijk stellen hoe lang duurt het?
Schadeverzekering
inzittenden (SVI)
een arts raadplegen zelfstandig ondernemer
zelfstandige: inkomsten
en hulp
huishoudelijke hulp voorschotten en/of rente
wettelijke rente straf- en civiel recht zwart werk
advocaten en humor... ja het kan verjaring algemeen vorderingsrecht bij letselschade

Dringende reden voor ontslag werknemer

   


1 <<< home
Een advocaat kan u bijstaan en adviseren. De advocaat zal de verzekeraar namens u aansprakelijk stellen voor uw geleden schade. Bestaat met de verzekeraar onenigheid over de schuldvraag? Dan kan de advocaat voor u deze juridische discussie voeren.
 
Werkwijze
Uw advocaat helpt u om uw schade vergoed te krijgen. Maar hij kan ook met de verzekeraar overleggen over de inschakeling van (onafhankelijke) deskundigen. Tevens is uw advocaat aanwezig bij de gesprekken met de verzekeraar. Meestal lukt het om de zaak zonder tussenkomst van de rechter op te lossen. Lukt dit echter niet, dan kan de advocaat voor u een procedure bij de rechtbank beginnen.
 
Specialist
Letselschade en aansprakelijkheid zijn zeer specifieke rechtsgebieden. Niet iedere advocaat is daarin gespecialiseerd. Gespecialiseerde advocaten zijn verenigd in verschillende organisaties:
 
- LSA (vereniging voor letselschadeadvocaten)
Dit is een beroepsvereniging voor advocaten die aan strenge eisen moeten voldoen om als lid te worden toegelaten. Ze hebben een zware extra opleiding gevolgd en moeten hun kennis op peil houden door het volgen van cursussen. Tevens zijn ze verplicht om een groot deel van hun praktijk te besteden aan letselschadezaken. Het lidmaatschap staat open voor advocaten die alleen voor slachtoffers optreden en voor advocaten die werken voor verzekeraars. Het doel van de
 
LSA is de kwaliteit van de schaderegeling te verbeteren en de kennis te vergroten.

- WAA (werkgroep artsen-advocaten)
Dit is een vereniging waar zowel artsen als advocaten lid van kunnen zijn. Deze advocaten treden alleen op voor slachtoffers en niet voor verzekeraars. De advocaat-leden moeten ook lid zijn van de LSA en voldoen daardoor aan dezelfde kwaliteitseisen en opleidingsniveau.

- ASP (vereniging van advocaten voor slachtoffers van personenschade)
Het doel van de vereniging is de juridische positie van slachtoffers te versterken. Deze advocaten treden dan ook alleen op voor slachtoffers. De leden moeten voldoen aan de toelatingseisen van de LSA en voldoen daardoor aan dezelfde kwaliteitseisen en opleidingsniveau.
 
Kosten
De advocaat zal normaal gesproken zijn of haar werkzaamheden in rekening brengen op basis van een (vast) uurtarief.
Als de aansprakelijkheid is erkend, zal de verzekeraar de (redelijke) advocaatkosten vergoeden. De meeste advocaten verstrekken ook juridische hulp op basis van (door de overheid) gefinancierde rechtsbijstand. De toekenning hiervan is afhankelijk van uw inkomen. U bent wel een eigen bijdrage verschuldigd. Meer informatie over de gefinancierde rechtsbijstand en uw eigen bijdrage vindt u op de website van de Raad voor Rechtsbijstand.
 
Voor informatie over de kosten kunt u terecht bij uw advocaat. Andere betalingsvormen zoals no-cure-no-pay staan op dit moment ter discussie.
 
2 <<< home

No cure no pay= NO niet doen, niet doen, niet doen,
dit is een onnodige manier (bij 99,5% van de whiplash ongevallen) die alleen maar goed is voor degene die uw zaak behandelt. En u als slachtoffer blijft met een nare nasmaak zitten als uw zaak 'eens' wordt afgehandeld.
 
Als er een aansprakelijke tegenpartij is dan is het wettelijk geregeld dat de tegenpartij alle redelijke kosten vergoed. En het verhaaltje dat er kosten gemaakt moeten worden al voor de tegenpartij de schuld erkent, dat risico ligt bij de advocaat in kwestie. Daar hoeft u niet voorop te draaien. Het is dan ook niet nodig dat u 15% of meer gaat betalen (excl. BTW) en de extra kosten die door de tegenpartij als niet redelijk worden gezien (en die kunnen flink oplopen) voor iets dat al betaald gaat worden.


Denk niet dat u bij de afhandeling wel eens gaat overleggen met de behandelaar want dat kan niet, u tekent een verklaring (vaststellingsovereenkomst VA) waaronder het rekeningnummer van de behandelaar staat, Hij/zij ontvangt het geld en gaat dan pas met u afrekenen.
 
Hoe gaat dat een second opinie ?
Wij van het Whiplash Informatiecentrum Europa hebben met diverse letselschade advocaten de afspraak gemaakt dat u hem/haar kunt bellen en uw verhaal vertellen. Dit niet in 10 of 15 minuten, nee, net zolang tot u antwoord heeft op uw vragen.

En het leukste is dat het GRATIS is. Wees geen dief van uw eigen portemonnee en laat u voorlichten het is uw geld en uw leven. U moet zich realiseren dat u bezig bent om de rest van uw leven veilig te stellen.
 
Onderstaand is een samenvatting van de argumenten van no cure, no pay buro's daar onder staat, in cursief, de mening van het Whiplash Informatiecentrum Europa.
 
No cure no pay
Bij no cure no pay krijgt de jurist alleen betaald als hij een bepaald resultaat behaalt. Maar volgens de wet mogen advocaten niet op basis van no cure no pay werken, terwijl juristen die niet als advocaat zijn ingeschreven, wél op die manier mogen werken.
 
Advocaten
U kunt ook voor een advocaat kiezen. U betaalt dan wel het hoge uurtarief* van een advocaat ook voor uw misschien wel 'eenvoudige' zaak. Voordeel zou kunnen zijn dat u uw advocaat opdracht** kunt geven om 'dingen' te doen. Als u wilt dat uw advocaat uw zwakke zaak naar de rechter brengt zal hij dat doen.
 
* u heeft niets te maken met dit uurtarief, als de schuldvraag beantwoord is en de tegenpartij die schuld op zich neemt gaan, bij wet bepaald, alle rekeningen rechtstreeks naar de aansprakelijke verzekeraar. U krijgt dus geen rekening.

** elke advocaat die aangesloten is bij een organisatie zal/moet u informeren over de mogelijkheden maar vooral de onmogelijkheden in uw procedure. Dus niks geen zwakke zaken naar de rechter. Een jurist kan uw zaak niet aanhangig maken bij een rechtbank dat is alleen voorbehouden aan advocaten. Bij no cure no pay moet dus een advocaat uw zaak gaan bestuderen, dat duurt in veel gevallen toch wel weer twee maanden, en dat zijn kosten die het no cure no pay bureau weer kan declareren bij de aansprakelijke tegenpartij. Ook al zegt de advocaat nee tegen uw zaak. Dan maar weer op naar de volgende enz.
 

*
 
Een rechtsbijstandverzekeraar of een  no cure no pay jurist zal uw 'zwakke' zaak weigeren. Een advocaat die op uurtarief werkt, zal geen bezwaar maken om uw zwakke zaak aan te nemen.** Hij krijgt immers toch wel betaald,* terwijl het risico*** aan uw kant ligt. 
 
*** Stel dat u een aanbod krijgt van uw no cure no pay vertegenwoordiger van zeg 100.000 euro. Uw belangenbehartiger krijgt hiervan 15% + BTW. = 17.850 euro. Maar u bent niet tevreden met die 100.000 euro omdat u vindt dat dat niet voldoende recht doet aan uw situatie. U wilt er 25.000 euro bij.
Uw belangenbehartiger zal dan voor 15% van 25.000 = 3.750 euro aan de slag moeten. Hij/zij zal dan weer met de aansprakelijke verzekeraar moeten gaan onderhandelen, misschien wel weer medische rapporten of schadestaten maken. En dat voor 'maar' 3.750 euro. Maar als hij uw zaak erbij u 'doordrukt' heeft hij/zij weer ruimte voor een nieuwe zaak. Ook als u besluit om bij uw no cure, no pay belangenbehartiger weg te gaan, gaat die 15% claim in heeeeeel veel gevallen met u mee. Hiermee komt het voordeel wat no cure, no pay zegt te hebben op een uurtarief toch wel onder druk te staan. Waarom meer werk doen dan de 17.850 euro? Als u weg gaat en een volgende belangenbehartiger krijgt wel die 25.000 euro of misschien wel meer voor elkaar krijgt de no cure, no pay vertegenwoordiger als nog 15%+BTW. Waarom je dan nog druk maken? Of denkt u dat no cure, no pay juristen minder zin hebben in geld verdienen dan de door hen zo aangevallen advocaten met hun uurtarief?  Kassa maar niet voor u!!!!
 
 
Rechtsbijstandverzekering
Heeft beslist voordelen: een lage premie en in geval u beroep doet op de verzekering komt u niet voor grote onkosten te staan. Zeker bij kleine geschillen, denk aan een conflict met o.a. uw elektronica leverancier, kan een rechtsbijstandverzekering zeker een uitkomst zijn. Maar er zijn ook nadelen. Verzekeringen hanteren maar al te graag limieten. Komt u hierover heen dan moet u alsnog diep in de buidel tasten om de extra kosten zelf op te hoesten. Ook zijn er bepaalde rechtsgebieden die uitgesloten kunnen zijn, of tegen een hogere premie kunnen worden afgesloten. Daarom ook is het aan te bevelen om ingeval van een whiplash gebruik te maken van een ter zake kundige letselschade advocaat. Heeft u vragen dan kunt u altijd bellen met: Bob Klip 0167-56 78 60 of e-mailen met webmaster@whiplash-info.nl
 
3 <<< home
 
De wetgever heeft in artikel 162 van het burgerlijk wetboek bepaalt dat:
 
Vraag in uw eigenbelang een GRATIS second opinie bij een van onze advocaten.
 
-1. Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden.
-2. Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond.
-3. Een onrechtmatige daad kan aan de dader worden toegerekend, indien zij te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak welke krachtens de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt.
 
Dat lijkt duidelijke taal. Ware het niet dat in lid 3 bepaald is dat het ongeval "aan de dader kan worden toegerekend".
 
U begrijpt dat dit aanleiding kan geven tot discussie over de schuldvraag. Stel dat uw tegenpartij beweert dat zijn verzekerde een klapband kreeg vlak voordat hij/zij u aanreed, dan is het geen aan de dader toe te rekenen ongeval, een klapband is immers overmacht. Letselschade is een moeilijke materie waar veel kennis voor nodig is, als uw belangenbehartiger niet over de juiste kwalificaties beschikt dan zit u aan het eind van de rit aan de verkeerde kant van de eindstreep. Vraag daarom een GRATIS second opinie aan. Het is uw zaak en misschien nodig voor de rest van uw leven.
 
 
4 <<< home
 
Ik heb een rechtsbijstandverzekering/belangenbehartiger, kan ik dan naar een ander?
De mensen denken vaak dat ze vastzitten aan hun huidige belangenbehartiger en alles zelf moeten betalen als ze overstappen naar een belangenbehartiger die ze zelf hebben uitgezocht.
 
Maar dat is niet waar, dus: is een cliënt niet tevreden over de bijstand die zijn rechtsbijstandsverzekering levert dan kan hij/zij een briefje aan zijn behandelaar bij die rechtsbijstand-verzekering sturen (onze advocaten helpen u daarbij als u het niet zelf kunt) en aangeven waarom hij/zij niet tevreden is en hij/zij een beroep doet op de geschillenregeling. In die geschillenregeling (in de polis van bijna alle grote verzekeraars) staat dat de verzekerde in dat geval recht heeft op een door de rechtsbijstand betaalde second opinie door een advocaat naar eigen keuze.
Die advocaat moet dan schriftelijk advies uitbrengen en als hij goed aangeeft waarom en hoe het beter kan dan mag de verzekerde verder met die advocaat op kosten van de rechtsbijstand-verzekering dit is belangrijk voor de zaken waarin de aansprakelijkheid door de verzekeraar niet of slechts ten dele is erkend.
 
Is de aansprakelijkheid echter volledig erkend dan kan de verzekerde zonder toestemming van de rechtsbijstandverzekering overstappen naar een advocaat naar eigen keuze: de aansprakelijke verzekeraar dient dan de redelijke kosten van rechtsbijstand te vergoeden.
 
Heeft u een lestelschadespecialist of een belangenbehartiger waar u niet tevreden over bent dan is het voor u nog makkelijker, als u overstapt naar welke advocaat dan ook dan regelen zij onderling de overdracht van het dossier en hoeft u dus niets te doen.
 
5 <<< home
 
Hoe weet u of u een ter zake kundig belangenbehartiger heeft ?
Het belangrijkste is uw eigen 'gevoel' hierover:
o krijgt u alle informatie ? met uitleg zodat u niet hoeft te raden wat al die medische en juridische termen voor u betkenen?
o reageert hij/zij wel adequaat op vragen van u en van de tegenpartij ?
o moet u een 'tig' aantal malen bellen om hem/haar aan de telefoon te krijgen ?
o is hij/zij altijd in vergadering als u belt ?
o heeft u al een bezoek gebracht aan een keurend neuroloog of neuropsycholoog, heeft u al een AMA keuringspercentage ?
o stuurt hij/zij u aan bij onderzoeken, of moet u alles zelf regelen ?
o is het al meer dan 3 maanden geleden dat u iets gehoord heeft ?
 
Als u op 2 of meer vragen met "ja" hebt geantwoord zou u eens moeten nadenken over een second opinie.
 
 
De rechtszekerheid voor personen is niet gebaat bij onverwachte rechtsvorderingen van zeg vijftien jaar geleden.
 
De functionele kant van de zaak is, dat men niet al die jaren de nota's zal hebben bewaard. Er moet dus een zeker tijdsverloop gesteld worden waar binnen men de rechtsvordering tot schadevergoeding kan indienen.  
Relatieve verjaring  5 jaar
Absolute verjaring  20 jaar
Verjaring letsel  5 jaar
 
Het kan zijn dat de zaak is verjaard of dreigt te verjaren. Dat kan indien het slachtoffer pas na geruime tijd de stap naar de advocaat durft te nemen. De verjaringstermijn is vijf jaar. De termijn begint volgend op de dag waarop het slachtoffers bekend is geworden met de schade en de veroorzaker. Voorbeeld: op 19 augustus 2000 rijdt a onrechtmatig tegen b aan. B onderneemt niets om zijn letselschade of andere hieruit voortvloeiende schade te melden aan de verzekeringsmaatschappij van de veroorzaker, dan is de verjaring reeds op 19 augustus 2005 aangevangen.
Ziekte kan in veel gevallen arbeidsongeschiktheid tot gevolg hebben.
Voor zowel de werknemer als de werkgever kan dit ingrijpende gevolgen hebben. Door het steeds meer terugtrekken van de overheid, waardoor haar verplichtingen met betrekking tot het sociale zekering stelsel steeds meer afneemt, komen steeds meer verantwoordelijkheden bij de werkgever te liggen.
 
Op grond van (collectieve) arbeidsovereenkomsten zijn veel werkgevers verplicht om het loon van de arbeidsongeschikte werknemer voor 100% door te betalen. Op basis van wettelijke bepalingen bestaat voor werkgevers sedert 1 januari 2004 de loondoorbetalingverplichting gedurende minimaal twee jaar, maximaal 170%.
 
Bij langdurige arbeidsongeschiktheid van uw werknemer kan deze schade aanzienlijk oplopen.
 
Loonschade verhalen
Loonschade kan worden verhaald voor werkgevers die het loon van werknemers als gevolg van arbeidsongeschiktheid na een verkeersongeval of medische fout dienen door te betalen.
 
Als de arbeidsongeschiktheid van een werknemer is veroorzaakt door de schuld van een derde, bijvoorbeeld bij een verkeersongeval, is het mogelijk, op grond van artikel 6:107a van het Burgerlijk Wetboek, het nettoloon dat doorbetaald dient te worden te verhalen op de veroorzaker of diens verzekeraar.
 
 
De Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen,
ook wel bekend als de WAM, bepaalt dat gemotoriseerde verkeersdeelnemers verplicht WA-verzekerd moeten zijn. Dit geldt voor auto's, vrachtwagens, motoren, bromfietsen en andere motorrijtuigen. Hiermee kan de schade betaald worden die zij aan een ander veroorzaken.
 
 Maar voordat de schade wordt vergoed, bekijkt de WA-verzekeraar of dat motorrijtuig inderdaad aansprakelijk is. De WAM regelt verder dat iemand die schade lijdt door toedoen van een motorrijtuig, zich rechtstreeks kan wenden tot de WA-verzekeraar van de veroorzaker. Hierdoor is het slachtoffer niet afhankelijk van de goede wil of de financiële mogelijkheden van de veroorzaker zelf.
 
De WAM regelt ook het bestaan van het Waarborgfonds Motorverkeer. Als niet bekend is wie de veroorzaker is, of als de veroorzaker toch niet verzekerd is, dan neemt het Waarborgfonds Motorverkeer de kwestie in behandeling.  
 
Het Waarborgfonds doet dan hetzelfde als de WA-verzekeraar van die onbekende of onverzekerde auto zou doen. Eerst kijkt het Waarborgfonds of er inderdaad een motorrijtuig bij betrokken was, of het motorrijtuig inderdaad aansprakelijk was, en dan pas wordt de schade van het slachtoffer vergoed. Het Waarborgfonds kan de schade weer verhalen op de veroorzaker van het ongeval of de eigenaar van de auto, áls die bekend zijn.
 
 
Om een tegenpartij aansprakelijk te kunnen stellen voor ongevalschade is het antwoord op de schuldvraag meestal beslissend.  
De tegenpartij is aansprakelijk als de schade is toe te rekenen aan een verkeersfout van hem, bijvoorbeeld een voorrangsfout of een snelheidsovertreding. Soms is de tegenpartij fout, maar is de schade daaraan niet toe te rekenen. U verleent bijvoorbeeld geen voorrang aan de tegenpartij die zonder een geldig rijbewijs rijdt. Die krijgt dan wel een bekeuring, maar u bent aansprakelijk voor de schade.
 
Dus twee vereisten: het verkeersgedrag was fout of gevaarlijk én de schade is daarvan het gevolg.  
 
feiten en
omstandigheden >>>>
verkeersfout of
gevaarlijk gedrag
>>>>
ongevalsschade
>>>>
wettelijke
aansprakelijkheid
 
Uw eigen verkeersgedrag kan ook hebben bijgedragen aan de aanrijding. Dan is er eigen schuld. Eigen schuld kan ook bestaan uit het niet dragen van een autogordel of verplichte helm door een passagier. Die leidt tot een verdeling van de aansprakelijkheid voor de letselschade, bijvoorbeeld 50-50%
.
Soms heeft geen van de betrokkenen schuld. Bijvoorbeeld bij overmacht, zoals een totaal onverwachte rukwind. Soms is de verkeersfout van de tegenpartij niet te bewijzen of bent u zelf de enige die een fout heeft gemaakt. In deze gevallen moet u doorgaans zelf de schade dragen, voor zover deze niet gedekt is onder een eigen verzekering.
De feiten en omstandigheden van een aanrijding zijn dus belangrijk, vooral het verkeersgedrag van alle betrokken partijen. Hierbij is doorslaggevend wat is te bewijzen. Juist op bewijsproblemen ketst de vergoeding van een schade nogal eens af. Beslissend zijn daarom vaak: een goed proces-verbaal, getuigenverklaringen en de zogenaamde stille getuigen, zoals remsporen.  
 
Bij aanrijdingen tussen motorrijtuigen en voetgangers of fietsers ligt het vaak anders.
 
 
Hieronder vindt u een aantal (juridische) begrippen nader toegelicht.
Belanghebbende Degene die door het achterwege blijven van vervolging is getroffen in een belang dat hem persoonlijk aangaat. Het moet om een eigen belang gaan dat objectief bepaalbaar is. Het belang kan zowel materieel als immaterieel zijn. Bij immaterieel belang kunt u bijvoorbeeld denken aan uw belang bij vaststelling van de strafrechtelijke aansprakelijkheid of bij sanctionering.
BEM-clausule (Belegging, Erfenis en andere gelden Minderjarigen) Bij schadevergoeding aan een minderjarige dient er toestemming te komen van de Kantonrechter om een minnelijke regeling voor hem of haar aan te gaan. Is het kind ouder dan 12 jaar? Dan dient hij of zij het verzoekschrift aan de Kantonrechter mede te ondertekenen.
Aan de machtiging van de Kantonrechter is vaak de voorwaarde verbonden, dat de vrijkomende gelden worden belegd overeenkomstig de wettelijke voorschriften. Dit betekent dat er ten behoeve van het kind een spaarrekening geopend moet worden met een zogenaamde BEM-clausule.  
De BEM-clausule houdt in dat gedurende de minderjarigheid de hoofdsom wordt geblokkeerd en alleen de rente opgenomen kan worden. Slechts met toestemming van de Kantonrechter kan gedurende die periode de hoofdsom ten behoeve van de minderjarige aangetast worden.
Niet ontvankelijk Het Hof is wel bevoegd om van het klaagschrift kennis te nemen, maar kan toch geen inhoudelijk oordeel vellen, bijvoorbeeld omdat de naam van de belanghebbende niet is vermeld in het klaagschrift.
Noemenswaardig letsel Letsel dat niet na enkele weken geheel hersteld is, en gedurende deze korte hersteltijd geen ondraaglijke pijn of ernstig ongemak veroorzaakt.
Ongegrond Zonder feitelijke of juridische basis. Bijvoorbeeld als er onvoldoende bewijs is om verder te vervolgen.
Overmacht Onvoorziene situatie, die niet aan het slachtoffer, de aansprakelijke partij of een andere betrokken partij kan worden toegerekend, bijvoorbeeld een blikseminslag. Persoonlijke omstandigheden zoals ziekte leveren vaak geen overmacht op.

6 <<< home

Is er sprake van een ongeval tussen een auto en een fiets?
Of tussen een bromfiets en een voetganger, tussen een vrachtwagen en een ongemotoriseerde invalidenwagen? Alle aanrijdingen tussen een motorrijtuig en een ongemotoriseerde weggebruiker hebben een speciale positie in het Nederlandse recht.

Veel aanrijdingen vinden plaats tussen motorrijtuigen (auto's, motoren, scooters en bromfietsen e.d.) en ongemotoriseerde, dat wil zeggen een voetganger of fietser. Voetgangers en fietsers, in het bijzonder kinderen tot 14 jaar, worden door de wet en de rechter extra in bescherming genomen ten opzichte van motorrijtuigen. Dat houdt in dat zij gemakkelijker hun schade vergoed krijgen. Zelfs als zij zelf een verkeersfout gemaakt hebben en de bestuurder van een motorrijtuig niet.

Kinderen tot 14 jaar krijgen nagenoeg altijd hun volledige schade vergoed.
Personen ouder dan 13 jaar krijgen in de meeste gevallen (behoudens overmacht of bewuste roekeloosheid) ten minste 50 % van hun schade vergoed. De overige 50% hangt af van de schuldvraag. Hierbij heeft de gemotoriseerde altijd de bewijslast.

Gemotoriseerde hebben vaak moeite met deze bescherming van voetgangers en fietsers, vooral als hun bonus-malus daardoor omlaag gaat. Omgekeerd werkt de bescherming vaak ook door bij de schade aan het motorrijtuig. De eigenaar v
an het motorrijtuig krijgt dan bijvoorbeeld zijn schade niet of maar voor de helft vergoed.

Hierop zijn weer uitzonderingen mogelijk. Bijvoorbeeld een bromfietser wijkt uit voor een plotseling onvoorzichtig overstekend kind en belandt tegen een geparkeerde auto. Daardoor raakt hij gewond. In een dergelijk geval moet de aansprakelijkheidsverzekeraar van (de ouders van) het kind waarschijnlijk de schade vergoeden.
 
 
 
Advocaat & Tarief
Hoe werkt en rekent een advocaat? Voor een letselschade patiënt die een vordering heeft op een verzekeringsmaatschappij en terecht komt bij een advocaat, is het ook belangrijk om te weten hoe deze werkt en op welke manier het tarief wordt opgebouwd. Dit ondanks het feit dat de aansprakelijke verzekeringsmaatschappij in principe de rekening dient te betalen van de gedupeerde.
Het is gebruikelijk dat zij hierbij twee tarieven toepassen. Een advocaat gaat hierbij uit van twee tarieven. Ten eerste het standaard uurtarief (honorarium) van het advocatenkantoor. Ten tweede een opslag factor over het basis honorarium, gebaseerd op het uitgekeerde bedrag.
 
Wat is belangrijk?
Dat de advocaat u een uitleg geeft over de manier waarop een declaratie wordt samengesteld. Dat de tegenpartij schriftelijk bevestigt dat zij de aansprakelijkheid aanvaarden. Dat u een advocaat selecteert die gespecialiseerd is in letselschade.
 
Welke advocaat?
Er zijn in Nederland twee organisaties waarbij letselschade advocaten zich hebben aangesloten en zich verplichten om uitsluitend te werken voor letselschade slachtoffers en geen zaken aan te nemen voor verzekeraars.
 
1./ ASP - Vereniging van Advocaten voor Slachtoffers van Personenschade.
2./ LSA - Vereniging van Letselschade Advocaten. Beide verenigingen zijn er om de belangen van een letselschade slachtoffer te behartigen
Link naar de websites >>>
ASP en LSA
 
 
Kennismaking
Een letselschade slachtoffer kan contact opnemen met het secretariaat van de verenigingen of een keuze maken op de website om een ASP of LSA advocaat in zijn of haar woonplaats te vinden. In de meeste gevallen is een eerste kennismakingsgesprek kosteloos.
 
Informatie
De advocaat zal u dan uitleggen wat de normaal te volgen procedure is en ook een uitleg geven van de manier waarop zij declareren en voorschotten voor u in rekening brengen bij de tegenpartij. U kunt uiteraard ook zelf uw ideeën ter discussie stellen. Ook kunt u afspraken maken wat de te volgen procedure voor het inschakelen van deskundigen op uw verzoek en/of de tegenpartij. Zij kunnen u dan ook informeren over de te volgen procedure als de tegenpartij onwillig is om een schikking te treffen en er een rechterlijke procedure moet worden gestart.
 
De declaratie
Een declaratie is wordt opgebouwd op basis van: Honorarium, "verschotten" en BTW. Verschotten zijn door de advocaat gemaakte kosten, zoals kantoorkosten ( porti, telefoon, telefax en kopieën). En bij een gerechtelijke procedure bijvoorbeeld; griffierechten, deurwaarderskosten enz. Voor niet te specificeren uitgaven wordt meestal een vast percentage berekend van het honorarium (tussen de 5 en 7 % van het basis honorarium. Ook wordt er een bedrag voor algemene kantoorkosten in rekening gebracht.
 
Verantwoording kosten
De bestede tijd wordt op basis van vaste eenheden berekend en zijn per kantoor vrijwel gelijk, het gaat hierbij vooral over telefoon gesprekken, brieven maken, en andere kantoor handelingen, onder deze handelingen worden ook, het secretariaat doorberekend volgens een norm tarief.
 
Het standaard tarief
Het standaard tarief wordt berekend aan de hand van vaste elementen: Basisuurloon, aantal aan de zaak bestede uren en afgesproken factoren. Berekening van het honorarium (voorbeeld): Basis uurloon x het aantal voor u bestede uren x afgesproken factoren. Een gebruikelijk uurloon is tussen de € 180, = en € 225, = per uur en wordt jaarlijks geïndexeerd. Dit lijkt een hoog bedrag naar houd u er rekening mee dat hier ook de kantoorkosten in opgenomen zijn( huur, inventaris, personeel enz.)
 
De advocaat houdt een register bij van de bestede tijd met een onderbouwing van de verrichte werkzaamheden. De bijzondere factoren zijn afhankelijk van de ervaring van de jurist die de zaak behandelt en van de aard van de zaak. Voor ervaren advocaten geldt een factor 1,0. Bij de vordering van de letselschade wordt ook gekeken naar de grootte van het bedrag dat wordt uitgekeerd aan letselschade. Op basis hiervan wordt een vermenigvuldigingsfactor over het basis honorarium gebruikt om dit te berekenen. Dit percentage en het grens bedrag kan per kantoor verschillend zijn en wij hebben hier een gemiddelde voor genomen.
 
Veroorzaakte en/of toekomstige schade: Uitgekeerd bedrag in Euro (€)  factor 
minder dan 5.000     0,7
van 5.000 tot 10.000     0,8
van 10.000 tot 20.000     0,9
van 20.000 tot 40.000     1,0
van 40.000 tot 80.000     1,2
van 80.000-160.000     1,3
van 160.000 tot >     1,4
         
 
 
Moet zeer specialistische kennis worden toegepast, dan wordt er soms een factor van 1,5. toegepast. Het laatste zal alleen worden toegepast na overleg met de cliënt.
 
Resultaatstarief hieronder wordt een tarief verstaan die afwijkt van het bovenstaande en is gebaseerd op de kans van slagen. Daarbij wordt dan een minimumtarief afgesproken en/of een maximumtarief en is afhankelijk van vooraf bepaalde uitkomsten. Dit zijn dan bijzondere afspraken tussen advocaat en cliënt. De basis blijft dat deze kosten kunnen worden doorbelast aan de  aansprakelijke partij. De laatste afspraak komt in de buurt van de verboden  "no cure no pay".
 
Declaratie en betaling
Een advocaat declareert maandelijks direct aan de aansprakelijke partij en stuurt een kopie aan zijn/haar cliënt.
 
Aansprakelijkheid
IIedere advocaat heeft een aansprakelijkheidsverzekering voor fouten van de advocaat en/of de medewerkers van het advocaten kantoor, u kunt altijd een kopie van de voorwaarden vragen. U dient er rekening mee te houden dat de advocaat uitsluit dat het advocaten kantoor het verschil betaald tussen de door u gelede schade en het door de verzekering betaalde schade naar aanleiding van deze fouten.
 
TIP
Maak zelf ook uw huiswerk en controleer wat uw advocaat doet, zorg ervoor dat u kopieën krijgt, we zijn allemaal mensen en heb horen fluisteren dat advocaten soms ook een menselijk trekje hebben.
Dit zijn geruchten en is nog niet door officiële bronnen bevestigd
 
 
7 <<< home

Kosten bij erkenning van aansprakelijkheid:

Bij erkenning aansprakelijkheid door wederpartij / verzekeringsmaatschappij dient deze de (buitengerechtelijke) kosten van rechtsbijstand te voldoen ongeacht door wie de het verhaal van letselschade wordt behandelen.

Indien de aansprakelijkheid niet wordt erkend door de wederpartij (verzekeringsmaatschappij) of er geen overeenstemming ontstaat over de schade, dan zal er bij grotere schades in beginsel een advocaat ingeschakeld dienen te worden . De kosten van de procedure worden niet vergoed.

Dubbele redelijkheidstoets:

Indien de aansprakelijkheid erkend wordt en een regeling tot stand komt, dan is het vergoeden van de buitengerechtelijke kosten niet afhankelijk van de behandelaar. De kosten worden door de verzekeringsmaatschappij vergoed op basis van de dubbele redelijkheidstoets.

De dubbele redelijkheidstoets houdt in:

Is het redelijk dat in het onderhavige geval een advocaat is ingeschakeld? en staan de kosten in een redelijke verhouding tot de schade?

No cure no pay / betalend:

Afhankelijk van de behandelaar kan ook "no cure no pay" worden afgesproken tussen cliënt en behandelaar, behoudens in het geval dat de behandeling geschied door advocaten.

No  cure no Pay:

No cure no pay is in feite bij erkenning van de aansprakelijkheid door de wederpartij niet nodig (zie het voorafgaande). Het kan echter wel, indien de behandelaar daaraan wenst mee te werken. Advocaten mogen echter niet op basis van No cure no Pay werken. 

 Betalend:

Als de aansprakelijkheid niet is erkend dan dient het honorarium (griffierechten enz.) van de Rechtsbijstandverleners betaald te worden door de cliënt op basis van het voor de advocaat / letselschadekantoor gebruikelijke wijze. Advocaten kunnen eventueel op basis van gefinancierde rechtsbijstand werken.

Vraag steeds bij de rechtsbijstandverlener na op welke wijze honorarium wordt vastgesteld en is opgebouwd en kom zulks goed overeen. 

9 <<< home
 
Bij wie kunt u aankloppen
Een verkeersongeval waarbij iemand gewond raakt, kan zeer ingrijpend zijn. Dit is uiteraard deels afhankelijk van de aard en ernst van de verwondingen. Er komt van alles op het slachtoffer en zijn naasten af, dat al zonder het schaderegelingproces de verwerking van de schok extra belast. Alleen al daarom is het van belang de zaak bij een rechtshulpverlener neer te leggen. Die onderneemt dan de nodige actie. In verband met eventuele verjaring en bewijsmateriaal kunt u beter niet te lang wachten met de inschakeling van een rechtshulpverlener.
 
Is het slachtoffer bestuurder van een motorrijtuig? Dan dient de eigen motorrijtuigverzekeraar zo snel mogelijk op de hoogte gesteld te worden. Dit is ook van belang voor de slachtoffers die eventueel aan de andere kant zijn gevallen.
Eigen verzekeringen Voor eventuele uitkeringen uit een ongevallenverzekering of arbeidsongeschiktheidsverzekering klopt u bij de desbetreffende verzekeraar aan. Vergeet u niet te denken aan een verzekering die aan de hypotheek gekoppeld is. Daarnaast kan er een verzekering of andere voorziening via de werkgever lopen die recht geeft op een uitkering bij ongeval.
 
Tegenpartij motorrijtuig Is de tegenpartij bestuurder van een motorrijtuig? Dan klopt u rechtstreeks aan bij de WAM-verzekeraar van de veroorzaker. Zekerheidshalve kunt u ook de veroorzaker zelf aanschrijven.
 
Tegenpartij voetganger of fietser Is de veroorzaker een voetganger of fietser, dan spreekt u die eerst persoonlijk aan. Het is aan hem om zijn particuliere aansprakelijkheidsverzekeraar (AVP) in te schakelen en aan u of uw rechtshulpverlener op te geven. Anders dan bij een motorrijtuigverzekeraar kan men de AVP-verzekeraar niet rechtstreeks aanspreken. In de toekomst gaat dit voor letselschade in de wet veranderen.  
 
Er zijn modelbrieven die u kunt gebruiken om een tegenpartij aansprakelijk te stellen. Maar beter doet u er aan om een terzake kundig advocaat te nemen
 
 
10 <<< home

Termijn
De zaak eindigt door het tekenen over en weer van een definitieve 'vaststellingsovereenkomst'. Bij minderjarige kinderen moet de kantonrechter nog toestemming geven.

Niet zelden gaat er tijd verloren door de werklast bij de rechtshulpverlener aan beide kanten. Reacties blijven dan te lang uit. U kunt in elk geval uw eigen rechtshulpverlener vragen waarom het zo lang duurt en verzoeken de tegenpartij tot vlottere reacties aan te sporen.

Om de schaderegelingpraktijk een handje te helpen zijn er door het Nationaal Platform Personenschade richtlijnen uitgevaardigd voor de snelheid van behandeling. Ook verzekeraars hebben afspraken gemaakt voor behandelingstermijnen.

De belangrijkste termijnen zijn:

soort aktie termijn wie
Verzekeraar neemt zelf contact op met slachtoffer of rechtshulpverlener Binnen 2 weken na schademelding WA-verzekeraar
Verzekeraar neemt standpunt in over aansprakelijkheid (eventueel meldt hij dat hij nog geen standpunt kan innemen en waarom) Zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen 26 weken na aansprakelijkstelling WA-verzekeraar
Bij herstel van het letsel binnen 3 maanden: verzekeraar doet voorstel voor definitieve schaderegeling Binnen 2 weken na bericht van herstel WA-verzekeraar
Letsel niet hersteld na 3 maanden: bij het bereiken van een medische eindtoestand wordt voorstel gedaan voor definitieve schaderegeling Binnen 6 weken na bericht van consolidatie Rechtshulpverlener

U mag zowel uw rechtshulpverlener als de WA-verzekeraar van de tegenpartij aan deze termijnen houden.

11 <<< home

Schadeverzekering inzittenden (SVI)

De schadeverzekering inzittenden is een schadeverzekering. Dat wil zeggen dat de werkelijk geleden schade wordt vergoed. De vaststelling van die schade vindt op dezelfde manier plaats als bij de aansprakelijkheidsverzekering.
 
Het verschil zit in het feit dat de schadeverzekering inzittenden uitkeert ongeacht de schuldvraag. Dus ook de schuldige bestuurder krijgt op grond van de schadeverzekering inzittenden zijn schade vergoed.

Sommige schadeverzekering inzittenden kennen wel beperkingen. Niet alle polissen dekken smartengeld. Raadpleeg uw eigen verzekeraar bij vragen over de dekking.
12 <<< home


Als u gewond bent geraakt bij een verkeersongeval, is het belangrijk dat u zich meldt bij een arts (binnen 48 uur). Niet alleen voor het verdere herstel en uw genezing. Ook voor de latere juridische afhandeling is dit essentieel. Als u zich niet bij uw huisarts meldt, bestaat de kans dat u later niet meer kunt aantonen dat het letsel veroorzaakt is door het ongeval.

Als u per ambulance bent vervoerd, heeft een arts naar de verwondingen gekeken. Is dat niet gebeurd, dan kan er ogenschijnlijk niets aan de hand zijn. Wanneer 's avonds of 's nachts alsnog klachten ontstaan, gaat niet iedereen naar de huisarts. Toch kunt u dit het beste wél doen, omdat klachten die enige dagen aanhouden, moeten worden vastgelegd. Ook kan een arts het beste beoordelen of met een behandeling van de klachten moet worden begonnen. Vaak kan dat het beste in een zo vroeg mogelijk stadium gebeuren.


Ten slotte: wanneer u langere tijd last heeft van slaapproblemen, verkeersangst, flashbacks of geestelijke problemen, kunt u hierover het beste ook de huisarts raadplegen.

Medische kosten, en ook de kosten die samenhangen met opname in een ziekenhuis, kunt u claimen op uw eigen ziektekostenverzekering. Kosten die hier niet onder vallen kunt u vaak verhalen op een aansprakelijke tegenpartij. Er zijn richtlijnen voor een ziekenhuisdaggeldvergoeding en kilometerkosten, vraag uw advocaat hierna.


13 <<< home

Zelfstandig ondernemer
Wanneer u als zelfstandig ondernemer letsel heeft opgelopen als gevolg van een aanrijding, is het belangrijk dat u zorgt voor het 'medisch vastleggen' van het letsel. In tegenstelling tot een werknemer in loondienst wordt u niet medisch gevolgd door een bedrijfsarts. Het is daarom raadzaam bij klachten de huisarts zo snel mogelijk na het ongeval te bezoeken. Die kan u ook doorverwijzen naar een specialist of therapeut als dat nodig is.

Heeft u een vervanger nodig, die u helpt bij uw bedrijfsuitoefening? Soms zijn er mogelijkheden via de brancheorganisatie.
Als u een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen heeft afgesloten, meldt u zich daar dan zo snel mogelijk. Daarna ontvangt u een uitnodiging voor een medisch onderzoek.
De rechtspersoon (de onderneming) kan overigens geen schade verhalen op de tegenpartij. Dat kan alleen de ondernemer als 'natuurlijk persoon'.

Voor het verhalen van schade van een zelfstandige komt veel kijken. Schakel hiervoor een rechtshulpverlener in.

14 <<< home
Zelfstandige: inkomsten en hulp
Inkomsten

Bent u als zelfstandig ondernemer betrokken geweest bij een ongeval en is daarbij letselschade ontstaan? Dan kan dat grote consequenties voor u hebben.

Wanneer uw letsel snel is genezen, valt de schade vaak wel te overzien. Mogelijk kunnen sommige werkzaamheden een tijdje stilliggen, zonder dat u daardoor inkomsten misloopt.
Wanneer dit niet (meer) mogelijk is, kunt u iemand anders inschakelen om uw werkzaamheden tijdelijk over te nemen. Eventuele kosten hiervan of gemis aan inkomsten kunt u verhalen op de aansprakelijke tegenpartij.

Heeft u een arbeidsongeschiktheidsverzekering? Schakel deze dan in een vroeg stadium in.

De Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) is per 1 juli 2004 afgeschaft. Maar deze geldt nog wel voor zelfstandigen die vóór die datum ziek zijn geworden. Zij komen, na de wachttijd van een jaar, nog voor een Waz-uitkering in aanmerking. Meer informatie vindt u op de website van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Bedrijfswaarneming
Er zijn diverse brancheorganisaties die vervanging verzorgen ten behoeve van hun leden. Bent u lid van een brancheorganisatie? Neem dan hiermee contact op en vraag naar de mogelijkheden, de kosten en de overige voorwaarden. Vaak, maar niet altijd, zijn de kosten hiervan verhaalbaar op de tegenpartij. Overleg dit met uw rechtshulpverlener.

15 <<< home

H
uishoudelijke hulp
Het kan zijn dat u door het ongevalsletsel niet meer (alle) huishoudelijke werkzaamheden kunt verrichten, die u vóór het ongeval wel deed. U kunt hiervoor een hulp in de huishouding zoeken bijvoorbeeld een kennis of familielid.

Ook kunt u een hulp zoeken via de thuiszorg. Eerst moet dan het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) een indicatie opstellen van de benodigde hulp. Kijk voor het CIZ bij u inde buurt op de website.

Vervolgens kunt u kiezen tussen hulp in natura (via de Thuiszorg) of een
PGB (Persoons Gebonden Budget). U betaalt hiervoor een eigen bijdrage. Deze eigen bijdrage is in het algemeen lager dan het uurtarief dat u een particuliere hulp betaalt.

Als slachtoffer heeft u de plicht uw schade zoveel mogelijk te beperken. In beginsel zijn de kosten van de huishoudelijke hulp verhaalbaar. Het moet duidelijk zijn dat de hulp nodig is doordat u vanwege het ongevalsletsel de noodzakelijke werkzaamheden zelf niet meer kan verrichten, die u vóór het ongeval wel deed. Bovendien moeten de kosten (uurloon en aantal uren) voor de hulp redelijk zijn. Wilt u deze kosten verhalen op de verzekeraar van de tegenpartij? Neem hierover dan zo snel mogelijk contact op met deze maatschappij. Er zijn aanbevelingen van het NPP voor de hoogte van de vergoeding.

16 <<< home
Voorschotten

De afwikkeling van uw schade kan vaak lange tijd in beslag nemen. Dat komt omdat het bij personenschade veelal niet mogelijk om onmiddellijk de - uiteindelijke - schade vast te stellen. Het verloop van het genezingsproces moet worden afgewacht evenals de invloed van het (blijvende) letsel op uw functioneren. In de tussentijd moet u vaak allerlei kosten betalen als gevolg van het ongeval. U moet bijvoorbeeld reiskosten maken om een arts te bezoeken en wellicht heeft u huishoudelijk hulp nodig of wordt uw salaris niet volledig doorbetaald.

Deze 'tussentijdse' schade wordt - mits de aansprakelijkheid vast staat - in vorm van voorschotten vergoed door de verzekeraar. Het gaat dan vooral om een vergoeding van kosten die u op korte termijn moet maken. Maar ook kan sprake zijn van al geleden inkomensschade of inkomensschade die binnen korte tijd zal ontstaan.

Kortom: de voorschotten hebben als doel uw financiële positie gelijk te houden aan de positie zonder ongeval en te voorkomen dat u allerlei kosten voor moet schieten. Er mogen dus geen onnodige extra problemen ontstaan die te maken hebben met uw financiële positie.
De voorschotten worden doorgaans in de vorm van afgeronde bedragen beschikbaar gesteld. Op de uiteindelijke schadevaststelling worden de voorschotten uiteraard in mindering gebracht.

Tenslotte dienen voorschotten ook om de omvang van de wettelijke rente te beperken die de aansprakelijke verzekeraar aan u moet vergoeden.
17 <<< home

Wettelijke rente
De tegenpartij is verplicht wettelijke rente te betalen over de schadevergoeding vanaf de datum dat deze schade werd geleden. In de regel is dit de ongevals datum. Bij autoschade bijvoorbeeld: de auto is meteen in waarde gedaald op het moment van de aanrijding.
Soms echter mag de verzekeraar uitgaan van de datum dat de rekening moet worden betaald. Denk bijvoorbeeld aan autohuur; de rekening hiervan komt wanneer de auto weer wordt ingeleverd.

18 <<< home
Strafrecht en civiel recht

In het strafrecht zijn de regels vastgelegd waaraan burgers zich moeten houden. Ook is vastgelegd hoe mag worden gereageerd als iemand de regels overtreedt. Er is in onze maatschappij voor gekozen om de reactie op strafbare feiten uit te laten voeren door de Staat. Dit om te verzekeren dat er niemand gestraft wordt, zonder dat daar een grondige procedure aan vooraf is gegaan.

Het strafrecht regelt dan ook de verhouding tussen de Staat en de burger, waar het gaat om strafbare feiten. Voorbeelden van strafrechtelijke regels staan in het Wetboek van Strafrecht en in de Wegenverkeerswet.

Het civiele recht regelt de verhouding tussen burgers of bedrijven onderling. Voorbeelden van civiel recht (ook wel burgerlijk recht genoemd) zijn huurrecht, arbeidsrecht en aansprakelijkheidsrecht. Hier is bijvoorbeeld geregeld wie de schade van een ander moet vergoeden en onder welke voorwaarden.
Een voorbeeld om het verschil tussen het strafrecht en het civiel recht te verduidelijken.

Automobilist A rijdt door het rode verkeerslicht en botst tegen een andere automobilist B aan, die door groen reed. Door de aanrijding raken beide auto's zwaar beschadigd en automobilist B raakt gewond. De politie komt erbij, maakt proces-verbaal op en stuurt dit door naar de Officier van Justitie. Deze besluit A te vervolgen voor het rijden door rood licht. Ondertussen komt B na een paar dagen uit het ziekenhuis en hij wil de schade aan zijn auto en zijn letselschade vergoed krijgen.

De zaak tussen de Nederlandse Staat (vertegenwoordigd door de Officier van Justitie) en automobilist A als verdachte van een overtreding, is de strafzaak.
De zaak tussen automobilist B en (de WA-verzekeraar van) A is een civiele kwestie.

Het verkeersstrafrecht stelt straf op bepaald verkeersgedrag. Het civiele recht verbindt aan datzelfde verkeersgedrag - als dat een schade heeft veroorzaakt - een verplichting tot schadevergoeding. Het gaat meestal om overtreding van de verkeersregels.
Deze twee trajecten kunnen tegelijkertijd lopen. Er hoeft in principe niet gewacht te worden met de civiele zaak tot er uitspraak is gedaan in de strafzaak. B kan dus direct de autoverzekering van A aansprakelijk stellen.

18 <<< home

Hof Arnhem : 051206 whiplash, Inkomsten uit zwart werk
Hof Arnhem 05-12-06
whiplash, Inkomsten uit zwart werk

De rechtbank heeft een bedrag van € 15.000,00 toegewezen wegens gemiste inkomsten uit zwart werk. Daarbij is zij ervan uitgegaan dat [appellant] tot zijn 65e gemiddeld 20 uur per maand zou hebben zwart gewerkt voor f 20,00 per uur.

[appellant] heeft allereerst betoogd dat de rechtbank er ten onrechte van uit is gegaan dat hij 20 uur per maand werkte terwijl hij gemiddeld 40 uur per maand werkte en hij daarnaast ook nog een paar keer per jaar open haarden aanlegde. Over deze kwestie zijn in eerste aanleg getuigen gehoord. Alleen [appellant] heeft daarbij, als partijgetuige, verklaard dat hij schatte gemiddeld 40 uur per maand zwart te hebben gewerkt en dat hij daarnaast ook nog een paar keer per jaar een open haard aanlegde. De getuige [A.] heeft verklaard in het jaar vóór het ongeval nog twee of drie keer met [appellant] te hebben gewerkt en toen met hem onder meer twee keer een open haard te hebben aangelegd en voorts te denken dat [appellant] bijna elk weekend wel bijkluste. De getuige [B.] heeft verklaard ervan uit te gaan dat [appellant], hem kennende, bijna elk weekend bijkluste. De getuige [C.] heeft verklaard geen idee te hebben hoeveel [appellant] gemiddeld bijkluste. Deze verklaringen bevatten, ook in onderlinge samenhang beschouwd, te weinig concrete feiten en omstandigheden om als steunbewijs te kunnen gelden voor de verklaring van [appellant] dat hij gemiddeld 40 uur per maand zwart bijkluste en daarnaast ook nog eens een paar keer per jaar open haarden aanlegde. Weliswaar heeft [appellant] op dit punt aanvullend (getuigen)bewijs aangeboden, maar voor zover hij nader schriftelijk bewijs wil bijbrengen, had hij dat al meteen bij memorie van grieven kunnen en moeten doen en voor zover hij nader getuigenbewijs zou willen leveren, geldt dat het, nu op dit punt in eerste aanleg al getuigen zijn gehoord, op zijn weg had gelegen om aan te geven welke (nieuwe) getuigen aanvullend gehoord zouden moeten worden en waarover die getuigen dan nader of anders zouden kunnen verklaren. Nu hij dit alles heeft nagelaten wordt aan zijn aanbod tot nadere bewijslevering voorbij gegaan.
Verder heeft [appellant] aangevoerd dat niet inzichtelijk is hoe de rechtbank tot het bedrag van € 15.000,00 is gekomen. Het hof volgt [appellant] hierin niet. Wanneer ervan wordt uitgegaan dat hij tot zijn 65e zwart zou hebben gewerkt, gaat het over de periode van 25 maart 1998 (datum ongeval) tot 26 juli 2012 (65e verjaardag [appellant]) om 14 jaar en 4 maanden, zijnde 172 maanden. Redelijkerwijs kunnen daar 14 maanden van worden afgetrokken - per jaar één maand - voor vakanties en feestdagen, zodat 158 maanden overblijven.

Dat zou betekenen dat [appellant] met zwart werk 158 x 20 uur x f 20,00 = f 63.200,00 zou hebben verdiend. Die inkomsten moeten worden teruggebracht naar een nettovergoeding, zoals volgt uit de jurisprudentie van de Hoge Raad (HR 24 november 2000, NJ 2001, 195).

Dit is door de rechtbank verder niet geëxpliciteerd. Een van de factoren die daarbij van belang is, is dat rekening moet worden gehouden met belastingen en premieheffing. Het is redelijk in verband daarmee een korting toe te passen van 40%, zodat resteert een nettobedrag van f 37.920,00. Een andere van belang zijnde factor is dat [appellant] nu al vervroegd een vergoeding voor verdiensten zal ontvangen die hij anders in de toekomst zou hebben gehad. Daarom moet ook met kapitalisatiefactoren als rendement en inflatie rekening worden gehouden, terwijl daarnaast ook de kans dat [appellant] voortijdig zou zijn gestorven (de sterftekans) of door ziekte of anderszins niet meer in staat zou zijn geweest dit extra werk tot zijn 65e te verrichten, moet worden verdisconteerd.

Aldus is het oordeel van de rechtbank dat [appellant]'s schade wegens gederfde inkomsten uit zwart werk kunnen worden geschat op € 15.000,00 (f 33.055,65) naar het oordeel van het hof voldoende inzichtelijk. [appellant]'s stelling dat de overwegingen van de rechtbank niet te volgen zijn, wordt dan ook gepasseerd.
Het voorgaande betekent dat ook grief 12 faalt.

LJN AZ6510


19 <<< home
Wanneer de wetten konden spreken, zouden zij zich vooral over de advocaten beklagen. De gewoonte vertolkt het best de wet. Mannen maken wetten, vrouwen de gewoonten. Voor de vijand worden de wetten toegepast, voor de vrienden worden ze geïnterpreteerd. Waarheen het hart gaat, volgt de wet.
Goede mensen hebben geen wetten nodig om te weten waar hun verantwoordelijkheid ligt en slechte vinden wel een achterdeur. Hoe meer wetten, hoe meer dieven. In de corruptste staten vindt men de meeste wetten. Wetten zijn alleen van nut in de gemakkelijke gevallen. In de moeilijke gevallen geldt alleen de wet van van de sterkste. De letter van de wet heeft ook verschillende spellingen.
De wet is als een mes, dat alleen degenen kwetst, die er mee spelen. De wet is een vlag en goud is de wind die haar doet waaien. De wet is goed, maar de mensen niet. Zij die de wetten maken, hebben eerst de mazen uitgeprobeerd.  
20 <<< home

Verjaring

Er zijn verschillende regelingen. Zie onder andere boek 3 BW (art. 307-311), boek 7 BW, WAM en diverse andere regelingen

Twee soorten verjaring:


verkrijgende verjaring: is zakenrechtelijk en voor het schadebedrijf niet echt relevant. Voorbeeld, iemand die 20 jaar een zaak in zijn bezit heeft, verkrijgt na ommekomst van die termijn de eigendom van die zaak, bevrijdende verjaring (ook wel extinctieve verjaring genoemd) dit is wel relevant voor het schadebedrijf. Het gevolg van verjaring is dat de verbintenis verandert in een niet afdwingbare,natuurlijke verbintenis. Het vorderingsrecht blijft bestaan, maar de rechtsvordering gaat teniet,oftewel na ingetreden verjaring zijn er geen middelen meer om het nakomen van de verbintenis af te dwingen. Als na het intreden van de verjaring de schuldenaar besluit om toch te betalen dan is deze prestatie niet onverschuldigd. Met andere woorden, als hij na enige tijd spijt heeft van die betaling dan kan hij hem niet meer als onverschuldigde betaling terug vorderen. De rechter mag nooit ambtshalve verjaring toepassen. De schuldenaar moet een beroep op verjaring doen (art. 3:322 BW).


Ratio van verjaring: de rechtszekerheid is ermee gebaat, praktische overwegingen, de stukken hoeven niet eeuwig te worden bewaard en de bewijsvoering wordt met het verstrijken van de tijd steeds onbetrouwbaarder.

Termijnen: De hoofdregel is 20 jaar, echter er zijn zoveel bijzondere regelingen gekomen dat deze termijn bijna een uitzondering is geworden. Hierna de diverse regelingen die zich kunnen voordoen:

1. Nakoming verbintenis tot geven of doen (art. 3:307 BW) De termijn is 5 jaar en deze start op de dag volgend op die waarop de vordering opeisbaar is geworden.
Voorbeeld: A verkoopt zijn fiets aan B en de levering is op 15 april 2006. A emigreert echter zonder de fiets te leveren. De verjaringstermijn start op 16 april 2006 en eindigt op 16 april 2011.

2. Betaling van periodieke schulden (art. 3:308 BW) De termijn is 5 jaar en deze begint te lopen volgend op de dag waarop de vordering opeisbaar is. Geldt voor (wettelijke) rente, dividenden, huren, pachten, lijfrenten en alles wat bij termijn van gelijk aan of korter dan een jaar verschuldigd is.
Voorbeeld: A moet op iedere 1e dag van de maand huur betalen aan B. Over de maanden januari,februari en maart 2006 doet hij dit niet. De vordering tot betaling van de huurpenningen verjaart dan op respectievelijk 2 januari 2011 (huur januari), 2 februari 2011 (huur februari) en op 2 maart2011 (huur maart).

3. Onverschuldigde betaling (art. 3:309 BW)
De termijn is 5 jaar, en deze begint na de dag waarop de schuldeiser bekend is geworden met het bestaan van zijn vordering- de persoon van de ontvanger. De termijn verjaart in ieder geval 20 jaar na het ontstaan van de vordering (moment van betaling).
Voorbeeld: een WAM-verzekeraar keert op 1 maart 2006 een slachtoffer een voorschot op de schadevergoeding uit van € 10.000,--. Op 1 november 2006 blijkt dat de daadwerkelijke schadeslechts € 1.500,-- bedraagt. De verjaringstermijn t.a.v. het onverschuldigd betaalde bedrag van € 8.500,-- begint op 2 november 2006. Zou de verzekeraar er pas op 1 november 2028 achterkomen dat er teveel is betaald dan heeft hij geen verhaal meer. De 20-jaarstermijn gooit dan roet in het eten, die loop af op 2 maart 2006.

4. Schadevergoeding (art. 3:310 BW) Dit is een van de meest gecompliceerde regelingen en ook een van de belangrijkste. Er zijn  verschillende termijnen.

Korte termijn: 5 jaar (= de hoofdregel) 5 jaar na meerder jarigheid verjaringstermijn uit Strafrecht. De termijn vangt aan na de dag waarop de schuldeiser bekend is met de schade én de daar ooraansprakelijke persoon. Er is veel geprocedeerd over de vraag wanneer de korte termijn aanvangt.

Bij bekendheid met zowel schade als met aansprakelijke persoon gaat het om:

een subjectief begrip: er is daadwerkelijke bekendheid vereist bij eiser
onbekendheid met rechtsregels die aan de schade ten grondslag liggen doet niet terzake

de termijn neemt onverbiddelijk een aanvang en te laat verkregen juridisch inzicht baat niet;o wel relevant is onbekendheid met de feiten waarop de schadeplicht rust, bijvoorbeeld een laat verkregen inzicht in de reden van onttrekking van geld aan een rekening

een enkel vermoeden van schade is geen bekendheid daarmee (bijv. onduidelijke herkomst van klachten voor het aanvangen van de termijn moet daadwerkelijk schade zijn ontstaan (bijv. dooraanslag belastingen)

de korte termijn wordt sterk beïnvloed door de billijkheid: de termijn gaat pas lopen indien benadeelde daadwerkelijk in staat is een rechtsvordering in te stellen

bij medische schade begint de termijn eerst te lopen bij voldoende zekerheid dat letsel (mede)gevolg is van foutief handelen (absolute zekerheid is niet vereist).

korte termijn heeft uitgestelde werking voor minderjarige slachtoffers. Voor hen gaat de korte termijn lopen op het moment dat zij meerderjarig worden, ervan uitgaande dat zij daarvoor al bekend waren met de schade en de aansprakelijke persoon.

LET OP: deze bepaling geldt vanaf 1 februari 2004 en dus niet voor 'oude' schadegevallen(art. 119b Overgangswet).

Lange termijn: 20 jaar- 30 jaar (bij milieuschade/gevaarlijke stoffen). Bijvoorbeeld het oplopen van een asbestziekte door een werknemer valt onder deze termijn (MITS de schade voor 1februari 2004 is gevallen).
Soms geen lange termijn: letsel- en overlijdensschade (lid 5 van art. 3:310 BW)o per 1 februari 2004 ingevoerd;
o geen terugwerkende kracht;
o geldt dus niet voor schadegevallen van voor 1 februari 2004;
o bepaling met name bedoeld voor slachtoffers van "sluipende" personenschade (bijv. mesothelioom).

Door ontbreken van terugwerkende kracht heeft de bepaling alleen werking voor gevallen na 1 februari 2004. Pas over 30 jaar hebben slachtoffers profijt van deze regeling (art. 119b Overgangswet).- aparte regeling voor minderjarige slachtoffers van zedenmisdrijven cf Sv (lid 4 art. 3:310 BW), nooit kortere termijn.
Bij lange termijnen staat de rechtszekerheid voorop. Uitzondering alleen mogelijk op grond van de wet (zie hiervoor) en de redelijkheid en billijkheid (art. 6:2 lid 2 BW).Bij asbestschades is er sprake van een langdurige blootstelling en er kan dan discussie ontstaan over het schadeveroorzakende moment cq de 'gebeurtenis'.

De gebeurtenis in de zin van art.3:310 BW is niet het moment waarop de schade zich openbaart, maar de gedraging van de aansprakelijke persoon die tot de schade kan leiden.

In situaties waarin de schade is geconstateerd nadat de lange termijn van 20/30 jaar is verstreken wordt het als niet redelijk en billijk ervaren dat een beroep op verjaring kan worden gedaan.

De Hoge Raad heeft daarover een aantal gezichtspunten ontwikkeld:
• gaat het om vermogensschade of ander nadeel (letselschade) en komt vergoeding benadeelde zelf ten gunste?
• bestaat er aanspraak op een uitkering uit andere hoofde?
• mate waarin gebeurtenis de aangesprokene kan worden verweten.
• mate waarin aangesprokene al voor de verjaringstermijn rekening heeft gehouden of heeft kunnen houden met mogelijk aanspraak.
• heeft aangesprokene nog mogelijkheid zich te verweren?
• is aansprakelijkheid door verzekering gedekt?
• heeft na de openbaring van de schade binnen redelijke termijn aansprakelijkstelling plaatsgevonden en is een vordering ingesteld?.

Ontbinding, herstel (art. 3:311 BW)
De termijn is 5 jaar, en vangt aan na de dag waarop de schuldeiser met de tekortkoming bekend is geworden. In ieder geval treedt verjaring in na 20 jaar na ontstaan van de tekortkoming zelf.

Koopovereenkomst (art. 7:23 BW)
De termijn is kort: 2 jaar! Vorderingen o.g.v. non-conformiteit bij koop worden beheerst door lid 2 van art. 7:23 BW. In lid 1 is een klachtplicht opgenomen: er moet binnen bekwame tijd worden geklaagd over het gebrek/de gebreken. In art. 6:89 BW is de algemene klachtplicht opgenomen. Er is geprocedeerd over de vraag of de korte termijn van twee jaar ook geldt wanneer de koper een vordering instelt op grond van onrechtmatige daad (art. 6:162 BW).

De Hoge Raad: "De verjaringstermijn van art. 7:23 lid 2 BW geldt ... voor iedere rechtsvordering van de koper die - en ieder verweer van de koper dat - feitelijk gegrond is op het niet beantwoorden van de afgeleverde zaak aan de overeenkomst, ook indien door de koper op deze grondslag (tevens) een rechtsvordering uit onrechtmatige daad wordt gebaseerd".

Diverse andere bepalingen, zoals bijvoorbeeld aanvaring, schade bij vervoersovereenkomst en bijzondere wetten). Wordt hier verder niet behandeld.

WAM (art. 10 WAM)
De termijn is 3 jaar, en vangt aan op het moment van het ongeval. Er is een rechtstreekse aanspraak op de WAM-verzekeraar. Indien een WAM-vordering na 3 jaar is verjaard hoeft dit niet te betekenen dat de vordering jegens de aansprakelijke bestuurder ook is verjaard. Immers, de termijn o.g.v. art. 185 WVW en art. 6:162 BW is 5 jaar (art. 3:310 BW). Handelingen die de verjaring jegens de verzekerde stuiten, stuiten ook jegens diens WAM verzekeraar en andersom. Zolang er tussen partijen onderhandelingen gaande zijn is de verjaring gestuit. Een nieuwe termijn gaat pas lopen nadat de onderhandelingen zijn afgebroken. Dit moet met zoveel woorden ook worden gezegd. De opzegging van de onderhandelingen moet worden gedaan met deurwaardersexploot of aangetekende brief.

Verzekeringsovereenkomst (per 1 januari 2006: art. 7:942 BW)
De basistermijn is 3 jaar en gaat lopen na de dag waarop eiser bekend werd met de opeisbaarheid. Het gaat over de vordering van verzekerde jegens zijn verzekeraar tot het doen van een uitkering op grond van de polis (geldt niet voor WAM). Bij aansprakelijkheidsverzekeringen geldt naast de basistermijn van 3 jaar een extra(!)verjaringstermijn van 6 maanden nadat de vordering jegens de verzekerde is ingesteld. Er is nog onduidelijkheid over het moment van instelling van de vordering (moment van aansprakelijkstelling of van dagvaarding?). Hierover zal nog wel jurisprudentie volgen. Stuiting wordt bereikt met een schriftelijke mededeling waarbij op uitkering aanspraak wordt gemaakt. Hierdoor wordt de verjaring in beginsel blijvend gestuit en gaat geen nieuwe termijnlopen.

Echter: zodra de verzekeraar het recht op schadevergoeding heeft erkend gaat een nieuwe termijnlopen van 3 jaar. Bij afwijzing door de verzekeraar gaat een verjaringstermijn lopen van 6 maanden. Die afwijzing moet schriftelijk en aangetekend gebeuren, ondubbelzinnig zijn en er moet worden verwezen naar de 6-maandstermijn.

Belangrijk: deze nieuwe regeling is ingegaan per 1 januari 2006 en heeft directe werking. Daardoor is deze nieuwe verjaringsregel van toepassing op alle zaken die nu al lopen.

Stuiting
Verjaring kan worden gestuit, waardoor een nieuwe termijn een aanvang neemt. Stuiting kan worden gedaan door:- erkenning (art. 3:318 BW): dit stuit de verjaring jegens de partij die erkent. Vanaf het momen tvan erkenning gaat een nieuwe termijn lopen. Een voorschot wordt ook gezien als een erkenning.- daad van rechtsvervolging (art. 3:316 BW): door het instellen van een vordering bij de rechterwordt de verjaring gestuit en tijdens de procedure kan de vordering niet verjaren.
Er gaat dus geen nieuwe termijn lopen. Indien de procedure eindigt op 'oneigenlijke wijze' (bijv. door onbevoegdverklaring rechter), kan eiser binnen een half jaar na in kracht van gewijsde gaan van het vonniseen nieuwe eis instellen bij de rechter. Voordat een vonnis kracht van gewijsde krijgt moet een periode van 3 maanden worden afgewacht dus in totaal bedraagt de termijn 9 maanden.

schriftelijk (art. 3:317 BW): in de schriftelijke aanmaning moet ondubbelzinnig worden medegedeeld dat schuldeiser zich het recht op nakoming voorbehoudt. Er gaat dan een nieuwetermijn lopen. Ter voorkoming van bewijsproblemen t.a.v. het aankomen van de brief moet dezeaangetekend worden verstuurd met een afschrift per gewone post. Bij voorkeur ook nog eens perfax met daarbij een geprinte bevestiging van verzending zodat de tekst van de brief blijkt



20 <<< home


Letselschaderecht

VORDERINGSRECHT BIJ LETSEL SCHADE


Artikel 6:107 BW geeft een exclusieve regeling voor het vorderingsrecht, dat kan ontstaan als iemand persoonlijk letsel oploopt door een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is. Het artikel bepaalt wie een vorderingsrecht heeft, en voor elke schadeposten een vergoeding kan worden gevaagd.

Artikel 6:107 lid 1 BW: Indien iemand ten gevolge van een gebeurtenis, waarvoor een ander aansprakelijk is, lichamelijk of geestelijk letsel oploopt, is die ander, behalve tot vergoeding van de schade van de gekwetste zelf, ook verplicht tot vergoeding van de kosten die een derde anders dan krachtens een verzekering ten behoeve van de gekwetste heeft gemaakt en die deze laatste, zo hij ze zelf zou hebben gemaakt, van die ander had kunnen vorderen.

Artikel 6:107 BW is bedoeld om de groep van personen te beperken in geval van schade, recht op vergoeding hebben na een verwonding. De lijst van gerechtigden heeft dan ook in beginsel een beperkt karakter. Anderen dan de in artikel 107 lid 1 BW genoemde personen hebben tenzij de wet anders bepaald (vergelijk bijvoorbeeld artikel 6:107a BW)- geen vergoedingsaanspraak.

Gerechtigden
De gewonde
De belangrijkste vorderingsgerechtigde is de gewonde zelf. Deze kan vergoeding van alle uit de verwonding voortvloeiende schade vorderen.
Derden

Behalve de gewonde zelf komen anderen voor vergoeding van schade in aanmerking als zij die kosten, anders dan via de verzekering, voor de gewonde hebben gemaakt. Het gaat dan om een verdeling van schade, die de aansprakelijkheid als totaal niet verhoogt.
De derde heeft een eigen recht op vergoeding, die bestaat op grond van de aansprakelijkheid tegen de gewonde.

Het tweede lid van artikel 6:107 bepaalt, dat de aansprakelijke partij tegen deze gerechtigden hetzelfde verweer kan voeren als tegen de gewonde.
Artikel 6: 107 lid 2 BW: Hij die krachtens het vorige lid door de derde tot schadevergoeding wordt aangesproken, kan hetzelfde verweer voeren dat hem jegens de gekwetste ten dienste zou hebben gestaan.
Denk aan eigen schuld van de gewonde (artikel 6:101 BW) en uitsluitende afspraken die tussen de aansprakelijke en de gewonde zijn overeengekomen.

De werkgever
Sinds 1 februari 1996 is de kring van gerechtigden uitgebreid. In artikel, artikel 6:107a BW, is nu bepaald dat de werkgever, die voor zijn arbeidsongeschikte werknemer verplicht is tot loondoorbetaling, onder artikel 7:629 lid 1 BW, of door een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst, het netto doorbetaalde loon kan verhalen op de aansprakelijke partij. Als deze een andere werknemer is, heeft de werkgever ingevolge artikel 6:107a lid 3 alleen verhaal als de arbeidsongeschiktheid het gevolg is van opzet of roekeloosheid.

Vorderingsgerechtigden op grond van verhaalsrecht

Anderen dan de in artikel 6:107 (en 107a) BW genoemde personen hebben geen vorderingsrecht, tenzij zij een verhaalsrecht hebben door subrogatie , regres of cessie.
Bij subrogatie verkrijgt de derde de rechten van de gewonde als daarvoor aan bepaalde wettelijke eisen is voldaan.
Subrogatie is een afgeleid verhaalsrecht. Dit betekent dat de gesubrogeerde de rechten van de gewonde geldend maakt. De gesubrogeerde kan dan ook niet meer vorderen dan de gewonde zelf had kunnen claimen. Een voorbeeld van subrogatie is opgenomen in artikel 284 Wetboek van Koophandel, waarin is bepaald dat schadeverzekeraars de schade-uitkeringen, die zij aan hun verzekerden doen, op de aansprakelijke partij kunnen verhalen.

Regres is een eigen recht. Een voorbeeld is het hierboven besproken artikel 6:107a BW, dat bepaalt dat de werkgever het aan de werknemer doorbetaalde nettoloon kan verhalen op de aansprakelijke partij.

Indien een derde schade aan de benadeelde vergoedt of hem een uitkering verstrekt die hij vervolgens wil verhalen op de aansprakelijke partij en er is geen recht van subrogatie of regres, dan kan het verhaalsrecht verkregen worden door middel van cessie: een overeenkomst waarin rechten aan een derde worden overgedragen.

Met deze vormen van verhaalsrecht lijkt het alsof de kring van vorderingsgerechtigden onbeperkt kan worden uitgebreid. Dit is echter niet het geval. Subrogatie en regres zijn voor met name genoemde vorderingen geregeld in de wet. De cessieconstructie kan volgens de jurisprudentie bij letselschade slechts in een beperkt aantal gevallen worden toegepast. Derden die wel schade lijden als gevolg van een ongeval met letsel, maar geen vorderingsrecht hebben op grond van artikel 6:107 BW en ook niet via de cessieconstructie hun schade kunnen verhalen, zijn onder andere de medevennoten van de firma en de maatschap van de gewonde en de overige aandeelhouders van de B.V. wanneer de directeur- grootaandeelhouder gewond raakt.

Schade die voor vergoeding in aanmerking komt
Deze schade kan volgens artikel 6:95 BW bestaan uit vermogensschade en ander nadeel. Hieronder valt direct of indirect vermogensnadeel. Voor overig nadeel lees artikel 6:106 BW, en in het bijzonder voor de immateriële schade. De vergoeding voor deze schade is het smartengeld.

Herstelkosten
In de meeste gevallen van letsels woeden door de gewonde kosten gemaakt voor medische behandeling etc. om het herstel te bevorderen. De vergoeding van deze kosten worden bepaald aan de hand van de redelijkheid en niet aan de hand van hetgeen medisch noodzakelijk is. Kosten van herstel kunnen zijn, geneeskundige behandelingen, verpleging, hulpmiddelen, reiskosten en overige kosten zoals speciale voeding, huishoudelijke hulp e.d.

Kosten van blijvende invaliditeit
Bij blijvende invaliditeit gaat het om toekomstige schade. Deze komt alleen voor vergoeding in aanmerking als het vrijwel zeker is dat dit gebeurt. Het gaat dan om geneesmiddelen, verpleging, speciale voeding, onderhoud en vervanging van kunstmiddelen, speciale of sneller slijtende kleding, gehoorapparaat, vervoer enz

Arbeidsvermogenschade
Als de gewonde zijn werk niet meer kan verrichten. De inkomenssituatie na het ongeval wordt vergeleken met de situatie als het ongeval niet zou zijn gebeurd. Het mogelijke nadelig verschil is dan schade wegens arbeidsvermogen vermogen verlies.

Overige vermogensschade
Kosten van rechtsbijstand voor het vast stellen schade en aansprakelijkheid, het maken van een onderlinge regeling ( buiten rechte).
Over de vordering van de schadevergoeding is de wettelijke rente verschuldigd vanaf het moment dat deze betaalt moet worden.

Beperking van schade.
De benadeelde is verplicht alles te doen wat redelijkerwijs kan worden gevraagd om de schade te beperken.
De redelijke kosten van de schadebeperkende maatregelen komen voor vergoeding in aanmerking (artikel 6:96 lid 2 sub a) Ad e.

Niet-vermogensschade
Op grond van artikel 6:106 lid 1 sub b BW komt een vergoeding voor niet-vermogensschade voor toewijzing in aanmerking, indien de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen. Deze vergoeding in geld voor geleden en nog te lijden pijn en de gederfde levensvreugde wordt smartngeld genoemd.

De hoogte van de smartengeldvergoeding is afhankelijk van een aantal factoren, zoals de aard en ernst van het letsel, de duur van de medische behandeling, de periode van arbeidsongeschiktheid en de mate van blijvende schade aan lichaam en geest.

Er bestaan geen exacte richtlijnen voor het vaststellen van smartengeldvergoedingen. Wel is er in de loop der jaren een verzameling rechterlijke uitspraken over smartengeldvergoedingen ontstaan. Deze uitspraken kunnen als uitgangspunt dienen bij het bepalen van een passende smartengeldvergoeding.

Bepaling van het smartengeld zal pas kunnen plaatsvinden wanneer er sprake is van een medische eindtoestand. Dit houdt in dat er sprake moet zijn van genezing of van een situatie waarin geen verbetering of verslechtering meer zal optreden.


21 <<< home

DRINGENDE REDEN VOOR ONTSLAG WERKNEMER:
de werkgever dient te bewijzen!

Ontslag wegens een dringende redenDe werkgever die op grond van een dringende redenbesluit de arbeidsovereenkomst met een werknemerte beëindigen wordt in de praktijk in het merendeelvan de gevallen geconfronteerd met een werknemer,die de rechtsgeldigheid van dat besluit bestrijdt en hetgeschil aan de kantonrechter voorlegt. Onderneemt de werknemer jegens de werkgever geen actie,treft hem het verwijt dat hij vrijwillig werkloos is en ontvangt hij geen WW-uitkering.

In het kader van dedoor de werknemer bij de kantonrechter aanhangigte maken procedure dient de werkgever de feiten enomstandigheden, die hem hebben doen besluiten de arbeidsovereenkomst met de werknemer onmiddellijkte beëindigen te bewijzen.

Geheime geluidsopname toegelaten bewijsmiddel?
Regelmatig rijst de vraag of de werkgever voor hetvervullen van de op hem rustende bewijsverplichting gebruik kan c.q. mag maken van geluidsopnamen van gesprekken die met de ontslagen werknemer zijn gevoerd. Met andere woorden: kan een in het geheim- zonder medeweten van de werknemer - gemaaktegeluidsopname van een gesprek met de werknemer dienen als bewijsmiddel?
Deze vraag is recentelijk door de kantonrechter te Breda bevestigend beantwoord.

De feiten
In het aan de kantonrechter te Breda voorgelegde geschil was tussen de werkgever en de werknemer onenigheid gerezen over het functioneren van de werknemer.

Tijdens een, door de werkgever opgenomen telefoongesprek uit de werknemer dreigementen aan het adres van zijn directleidinggevende: "Je moet oppassen, ik weet waar je bent en je bent nog niet klaar. Je weet niet wie je voor je hebt".

Die dreigementen zijn voor de werkgeveraanleiding de arbeidsovereenkomst met de werknemer te beëindigen.

Geluidsopname
In de procedure bij de kantonrechter te Breda geeft de werkgever aan het door de direct leidinggevende van de werknemer met de werknemer gevoerde telefoongesprek te hebben opgenomen en de geluidsopname als bewijsmiddel. De werknemer maakt bezwaar tegen het toelaten van de geluidsopname als bewijsmiddel. De werknemer voert aan dat er sprake is van onrechtmatig verkregen bewijs, omdat zijn direct leiding gevende bij aanvang van het telefoongesprek niet aan hem heeft kenbaar gemaakt dat het telefoongesprek werd opgenomen.

Standpunt kantonrechter Breda
De kantonrechter wijst de bezwaren van de werknemer van de hand. De kantonrechter oordeelt dat het door de direct leidinggevende met de werknemer gevoerde telefonisch overleg draagt een zakelijk karakter.

Op de werkgever rust niet de verplichting de werknemer mede te delen dat het telefonisch overleg word opgenomen en het resultaat - de geluidsopname - kan in een gerechtelijke procedure als bewijsmiddel worden gebruikt. Na het beluisteren van de geluidsopname komt de kantonrechter tot de conclusie dat de werkgever is geslaagd in het leveren van het van hem verlangde bewijs.

Slotopmerking
De aan de kantonrechter te Breda voorgelegde zaak leert dat werknemers, die menen dreigende taal c.q. dreigementen te kunnen bezigen in de relatie met de werkgever op grond van de veronderstelling dat deze dreigende taal c.q. dreigementen in een eventueel te voeren procedure simpelweg kunnen worden ontkend, zich niet onder alle omstandigheden veilig kunnen wanen.

Maakt de werkgever van het gesprek, waarin dreigende taal c.q. dreigementen worden geuit, een geluidsopname en besluit hij naar aanleiding van een dergelijk gesprek de arbeidsovereenkomst met de werknemer te beëindigen verkeert hij in de positie dat hij de redenen die hem tot dit besluit hebben gebracht ook onomstotelijk kan bewijzen. Kant tekening die hierbij past is dat de geuite dreigende taal c.q. dreigementen wel van dien aard dienen te zijn dat deze een verstrekkend besluit als onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst kunnen rechtvaardigen.

22 <<< home